Je eigen dak leggen: hoe dakpannen leggen?

Over Dakpakket en Maarten De Longie

Welk materiaal heb je nodig?

Eerst komt er een onderdakfolie te liggen op het timmerwerk. Deze wordt vastgelegd met gedrengte stoflatten. Nadien worden de pannenlatten dwars genageld op de stoflatten.

Deze hebben meestal als formaat 25×32 of 25x38mm en zijn eveneens behandeld zoals de stoflatten tegen schimmels.

De dakpannen of leien komen dan op de pannenlatten te liggen. Vastgenageld, gevezen of met haken.

Welk gereedschap heb je nodig?

  • Zoals iedere goede soldaat, uiteraard een potlood, meter en mes.
  • Een hamer om nagels in te slaan.
  • Handzaag of elektrische zaag om pannenlatten af te korten.
  • Een handvijsmachine om vijzen in te draaien.
  • Smetkoord om lijnen af te tekenen op de pannenlatten.
  • Kleine slijpschijf met diamantblad om pannen door te zagen.
  • Siliconepomp.

Stap 1: plaats het onderdak

Het onderdak met folie zit op een rol van 50m lang en 1,5m hoog. De banen moeten elkaar uiteraard een 15 tal cm overlappen. Je kan werken van boven naar beneden, of omgekeerd.

Het gemakkelijkst is om te werken van beneden naar boven. Om zo verder naar boven te kunnen moet je ook wel onmiddellijk enkele pannenlatten nagelen. Vraagt iets meer tijd alvorens het dak dicht is. Als er weinig tijd is na de afbraak van het oude dak en er is regen op komst, werk je beter van boven naar beneden. Je laat dan de oude pannenlatten nog tijdelijk hangen om naar boven te kunnen.

Stap 2: plaats de panlatten

Pannenlatten nagelen op zich kan iedereen.  Er komt vooraf eerst wel wat rekenwerk bij kijken. Zorg dat de nagels 4cm in de kepers zitten. Meestal gebruik je daarvoor nagels van 80mm lang en 4mm diameter. De afstand van de pannenlatten onderling moet bepaald worden in functie van de dakpan. Kijk eerst met een dakpan waar je onderaan start zodanig dat de eerste pan mooi uitmond in de dakgoot. De laatste pan moet ook idealiter als een volle pan uitkomen bovenaan aan de nok. M.a.w. de dakpannen (of toch enkele) moeten aanwezig zijn op de werf om de latafstand te kunnen bepalen. Pas als boven en onder bepaald zijn, kan je de tussenafstand meten en zo de latafstand bepalen. Als dit niet uitkomt kan je eventueel onder en bovenaan nog wat schuiven. Komt dit nog steeds niet uit, dan moet je de dakpannen afslijpen. Slijp dan best de pannen onderaan aan de dakgoot.

Stap 3: dakpannen leggen

Eens alle pannenlatten genageld zijn, moet de afstand van de rijen pannen bepaald worden. Leg links en rechts een kantpan en meet de afstand daartussen. Zo wordt ook de legbreedte bepaald. Doe dit zowel onderaan als bovenaan het dak. Komt dit niet uit, dan bestaan er halve pannen. Je kan ook proberen de pannen wat dichter of verder van elkaar uit te leggen.  Nadien wordt er om de 100 a 150cm een verticale lijn uitgezet met de smetkoord. Doe je dit niet, dan lopen de pannen schots en scheef.

Stap 4: dakpannen vastmaken

Leien liggen individueel allemaal vast met een haak of nagel. Dakpannen niet. Bij de meeste daken liggen enkel de randzones vast met vijzen of haken, maar in de middenzone los. De weerstand tegen wind hangt van veel factoren af, zoals: hellingsgraad, hoogte, veel obstakels in de buurt of niet, stedelijk gebied of platteland… Kies je voor zekerheid, dan leg je best ½ pannen vast in de middenzone. Belangrijk hierbij is  om altijd met inox haken of vijzen te werken. Gewone vijzen kunnen roesten.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *